Ericksoniaanse hypnotherapie

Principes, taalpatronen en technieken

Principe 3: Utilisatie

In mijn voorgaande blogs had ik het over de principes van observatie en acceptatie als de basis van Ericksoniaanse hypnotherapie. Onlosmakelijk hiermee verbonden is het principe van utilisatie. Dit principe onderscheidt de Ericksoniaanse benadering van alle andere vormen van hypnotherapie, psychotherapie en coaching.

Utilization is the fuel that drives Ericksonian psychotherapy, a vehicle
that allows therapists and patients to navigate great distances of personal
change and evolution

Jeffrey Zeig

Utilisatie houdt in dat alles wat de cliënt meebrengt, positief of negatief, wordt benut (geütiliseerd) om trance op te wekken of het probleem op te lossen. Alle gedachten, gevoelens, reacties en overtuigingen worden verwelkomd en zodanig geïnterpreteerd dat ze de goede kant op gaan werken.

Weerstand utiliseren

Het meest duidelijk wordt dit bij het utiliseren van weerstand. Veel mensen die in coaching of therapie gaan, willen ergens wel veranderen maar ergens ook niet. Of ze willen veranderen, maar geloven niet dat ze het kunnen. Sommige cliënten hopen dat hun probleem kan worden weggenomen, zonder dat ze zelf iets hoeven te veranderen. Kortom er is vaak sprake van een zekere weerstand, scepsis of twijfel. In veel benaderingen wordt weerstand als een probleem beschouwd, iets dat eerst moet worden opgelost voordat de therapie kan beginnen. In Ericksoniaanse hypnotherapie is dit totaal anders en wordt weerstand omarmd en geütiliseerd.

Met utilisatie wordt weerstand een geschenk

Sommige cliënten hebben weerstand in de vorm van controle. Ze hebben moeite om zich over te geven aan het therapeutische proces en blijven in hun hoofd zitten of veel praten. Ik vraag ze dan vaak om hun neiging tot controle fysiek uit te drukken met hun houding, gebaren of bewegingen. Vaak ballen ze dan hun vuisten, of spannen hun armen of schouders aan. Vervolgens schrijf ik deze controle voor, met een suggestie als:

“Juist, je kunt die controle helemaal ervaren en deze vasthouden, zo lang mogelijk vasthouden, totdat er vanzelf iets gebeurt, onwillekeurig.”

Meestal ontstaan er dan onwillekeurige, schokachtige bewegingen en wordt de fysieke spanning, en daarmee de controle, vanzelf losgelaten. De neiging tot controle wordt zo geütiliseerd om zichzelf op te heffen.

Hou vast die sigaret!

Een ander voorbeeld van weerstand is de cliënt die moet stoppen met roken (van zichzelf of van de dokter), maar eigenlijk niet wil stoppen. Zo’n cliënt geef ik, als deel van de sessie, vaak een sigaret in de hand en geef dan de volgende suggestie:

“Kijk maar naar die sigaret en hou hem goed vast. Je kunt blijven kijken naar het puntje van die sigaret en hem stevig vasthouden en ervaren wat er gebeurt als je ernaar blijft staren. Juist, gewoon blijven kijken tot je oogleden zwaar worden en vanzelf dichtgaan en je steeds dieper in trance gaat. En terwijl je die sigaret bewust vasthoudt, kun je onbewust nagaan wat er nodig is om te stoppen met roken, zodat die vingers straks onwillekeurig uit elkaar gaan en die sigaret vanzelf valt.”

Meestal gaan de vingers schokachtig uit elkaar en valt de sigaret, letterlijk en symbolisch, op de grond. De weerstand van de cliënt (het vasthouden aan de sigaret) wordt geütiliseerd door deze concreet te maken en voor te schrijven. Het kijken naar de sigaret wordt geütiliseerd als fixatie-trance-inductie.

Wil je met mij samenwerken door…

Het voorschrijven van weerstand is een paradoxale werkwijze die Erickson vaak gebruikte om weerstand op te lossen. Een prachtig voorbeeld hiervan is de patiënt met ernstige angstklachten. Deze was al door meerdere therapeut afgewezen omdat hij ‘niet meewerkte’. Hij kon namelijk niet gaan zitten en over zijn probleem praten en bleef dwangmatig op en neer lopen. Erickson vroeg hem.

“Ben je bereid om met mij samen te werken door hier op en neer te blijven lopen?”

Zijn ‘weerstand’ was hiermee als gedefinieerd samenwerking. Erickson vroeg toen of hij deel mocht nemen aan het ijsberen door het te dirigeren. De man stemde hiermee in, waarna Erickson hem loopinstructies gaf en daarbij zijn spreekritme afstemde op het loopritme van de man. Geleidelijk begon Erickson langzamer te praten en zei dingen als “Je kunt weglopen van die stoel waar je in kunt zitten” en “Je kunt weer naar die stoel toegaan, alsof je er gemakkelijk in gaat zitten’ en uiteindelijk de directe suggestie om te gaan zitten,  in trance te gaan en zijn probleem te vertellen. Erickson utiliseerde de weerstand als vorm van trance-inductie.

Eens zei hij hierover: “One always tries to use whatever the patient brings into the office. If they bring in resistance, be grateful for that resistance. Heap it up in whatever fashion they want you to – really pile it up.”

Staren naar scepsis?

Ooit had ik een cliënte die voor hypnotherapie kwam, maar meteen na binnenkomst zei dat ze eigenlijk sceptisch was over hypnotherapie. Ik had haar natuurlijk kunnen vragen wat maakte dat ze sceptisch was. In plaats daarvan, strekte ik mijn handen naar voren, alsof ik een denkbeeldige ballon voor me hield, en vroeg: “Hoe groot is je scepsis?” Ik bewoog mijn handen daarbij op en neer. Mijn non-verbale reactie suggereerde twee dingen: ‘Ik heb je scepsis nu in handen’ en ‘De grootte ervan is variabel’. Zij moest erg lachen en zei: “Doe je handen maar helemaal uit elkaar”. Ik lachte met haar mee en de humor was al een stap in de goed richting. Ik vroeg haar: “Vind je het goed als ik deze scepsis daar neerleg?” en knikte naar het kleine tafeltje dat tussen ons in stond. Zij stemde toe en ik legde langzaam, terwijl zowel zij als ik ernaar staarden,  ‘haar scepsis’ op het tafeltje. Vervolgens bleven we beide staren naar het tafeltje, alsof daar werkelijk iets lag. Mijn suggestie: “Ik ben benieuwd wat er met ‘die scepsis’ gebeurt, terwijl je ernaar blijft staren.” Zij antwoordde: “Hij wordt kleiner.” Haar ogen gingen langzaam dicht, ze ging steeds dieper in trance. Door haar scepsis over hypnose te utiliseren als trance-inductie, hief deze zichzelf op.

Over het omgaan met weerstand in therapie schreef de bekende hypnotherapeute Kay Thomson:

“The fun, the creativity comes with the conscious or unconscious resistance by the patient. It is a game, a challenge, presented to me by the patient who hopes that I will help them to fail in their resistance, so they can learn to succeed in their desire to change. My skill is to use words and actions that can open the patients’ options and opportunities for change.”

Door weerstand te utiliseren is het eigenlijk geen weerstand meer, maar een geschenk van de cliënt om hem beter te kunnen helpen.

Meer weten?

Het voorschrijven van weerstand is maar een van de vele manieren van utilisatie.
Wil je meer weten over Ericksoniaanse hypnotherapie, utilisatie, indirecte suggestie, natuurlijke trance-inductie en hypnotische technieken? Lees dan mijn verdere blogs of meld je dan aan voor het gratis webinar of de tweedaagse live-training Ericksoniaanse hypnotherapie.